Weidevogelreservaat
Uitkerkse Polder

Ganzen

laatste ganzentelling

De Uitkerkse Polder is de uitgelezen plaats om overwinterende ganzen in Vlaanderen te zien. Vanaf november tot in maart zitten er duizenden exemplaren verspreid over heel het gebied. Het betreft de kleine rietgans en de kolgans

KLEINE RIETGANS - Anser brachyrhynchus


Nestelt op Spitsbergen en overwintert in onze kustpolders. De populatie is toegenomen van een 12.000 tot 35.000 exemplaren. Interessant om weten is dat zo'n 20.000 tot 30.000 dieren daarvan in onze kustpolders overwinteren. Dit betekent 75-90%. Op sommige momenten verblijft de volledige populatie bij ons en daardoor spelen onze kustpolders een ontzettend belangrijke rol in het voortbestaan van de soort.
Sedert enige tijd worden een aantal kleine rieten op de broedplaatsen met halsringen geringd (al 976 in 2000) waardoor hun verplaatsingen in de overwinteringsgebieden van nabij kunnen gevolgd worden. Van deze 976 geringde dieren waren er in negen jaar 101.000 waarnemingen waardoor sommige exemplaren bijna op de voet konden gevolgd worden.
Het aantal kleine rieten in de Uitkerkse Polder neemt toe. Dezelfde trend doet zich voor in heel de kustpolders. Opmerkelijk is dat de maxima vroeg in de winter vallen nl. in november en december en dit in tegenstelling tot de maxima van kolgans die verder besproken wordt.
Na een pitstop in Denemarken en Friesland te hebben genomen komen de dieren hier half november toe, komen vlug tot hun maximum-aantal en zijn al terug weg (in de loop van februari) nog voor de eerste lenteverschijnselen zich voordoen.
Het grote aantal dieren is spectaculair te noemen (op 12/12/98 zelfs 35% van de populatie). We zijn er heel trots op dat deze prachtige vogel onze polder verkiest om er te overwinteren en met ons natuurlijk de 100-den vogelaars die de polder bezoeken omwille van deze "vriezegans".
Het aantal overwinterende vogels is, mede als gevolg van het wegvallen van de jachtdruk, beginnen stijgen vanaf de jaren '80.

KOLGANS - Anser albifrons


De kolgans broedt in Noord-Rusland en Noordwest-SiberiŽ. De populatie wordt geschat op zo'n 750.000 dieren (40 jaar geleden slechts 65.000). Ze overwinteren van Duitsland tot Frankrijk. De eerste exemplaren werden in 1958 gezien te Damme en de soort palmt jaar na jaar meer gebied in. Van die 750.000 dieren verblijven er 4 ŗ 5% in de kustpolders.
De aantallen in Uitkerke schommelen enorm maar er is een stabiliserende trend. Dit is een algemene conclusie voor de volledige oostkustpolders. Het aantal overwinterende vogels blijft nagenoeg stabiel. In tegenstelling tot de kleine riet behalen we hier in Uitkerke de 1% norm niet, we komen aan 0,6%. Zeer opmerkelijk is ook dat de wintermaxima zich veel later in de winter voordoen dan bij de kleine riet (hier januari-februari).
In de jaren '60 en '70 bedroegen de maxima in Uitkerke zo'n 500 exemplaren. Deze aantallen zijn de hoogte in geschoten door het voorkomen van enkele strenge winters (78-79, 81-82,Ö). Er was toen ook al een intensieve verplaatsing tussen de pleisterplaatsen wat grote aantalschommelingen tot gevolg geeft.